Een Travellerspoint reis blog

The others

Afgelopen week was een drukke en korte werkweek. Na een avond heftig doorzakken in de Pronto (de hippe iedereen-kent-iedereen hangout hier) op dinsdag was met name woensdag een beproeving. Want hoewel de eerste twee weken rustig waren en de derde lekker, was vorige week gewoonweg idioot druk. Hoewel ik me ervan bewust ben dat ik eerder heb lopen klagen over het gebrek aan werk – en dat het nu dan misschien gek is om te zeuren over een overdosis – komen beiden voort uit dezelfde situatie waaraan ik nog niet helemaal gewend ben: afhankelijkheid. Hoewel ik natuurlijk geenszins wil klinken alsof ik alle verantwoordelijkheid afschuif, merk ik dat ik er niet zo goed tegen kan als je planning bepaald wordt door anderen – als zij op tijd klaar zijn, kan ik aan de slag, anders niet; als mijn baas opeens voor een paar dagen naar Parijs moet, gaan mijn afspraken ook niet door. Die situatie werd nog even extra versterkt omdat er op woensdagavond een deadline lag vanwege de Eid al-Adha (het slachtfeest) vakantie wat een beetje de sfeer creëerde van een ‘alles moet de deur uit voor kerstavond’ toestand. Maar goed, feest betekent vakantie en mijn weekend duurde dit keer geen twee maar vijf dagen, een omstandigheid die ik gezien het bovenstaande nog eens extra aangreep om er een paar dagen tussenuit te gaan. Omdat je daar in een gewoon weekend niet aan toe komt, wilde ik graag eens Israël (of ‘48’, zoals de politiek meer bewusteren onder ons het graag zouden horen: een afkorting van ‘1948’ dat verwijst naar het Palestina van voor de stichting van Israël) bekijken.

Dus donderdagochtend toog ik getooid met backpack (waarom zijn die dingen altijd immens, ook als je er amper iets instopt?) naar Jeruzalem, waar ik met Jenny, een vriendin van Sirine, had afgesproken. Op het centrale busstation van Jeruzalem had ik al mijn eerste cultuurshock, niet alleen door de strenge beveiliging, maar vooral doordat het op niets zo veel leek als een enorm winkelcentrum vol met McDonaldsen, hotdogkraampjes en een Holy Bagel vestiging. Ietwat verdwaasd om ons heenkijkend hadden we al snel een kaartje te pakken. Jammer genoeg niet voor de bus naar Nazareth (ons einddoel voor die dag), want er is geen directe lijn tussen Jeruzalem en Nazareth, iets wat behoorlijk opvallend is gezien de toeristische aantrekkingskracht van Jezus’ hometown. Iemand legde ons later uit dat dit waarschijnlijk geen toeval is en dat Israël toerisme – en dus vervoer – naar de Arabische steden en gebieden binnen het land niet erg toejuicht (iets wat – als het waar is – ook kan verklaren waarom er geen directe bus is van het centrale busstation in Jeruzalem naar het ‘Arab’ busstation, vanwaar de bussen naar de West Bank vertrekken). Na wat overstap gedoe en een extra kilometertje lopen (in een keer de goede kant op dankzij de hulp van een local die zich persoonlijk schuldig voelde over het gebrek aan direct transport) waren we uiteindelijk toch in Nazareth. Na even zoeken – en zwetend in de zon, het is gewoon zomer in Noord Israël – vonden we uiteindelijk ons hostel. Prachtig gelegen in de oude stad, in de vorm van een perfect omgebouwd oud Arabisch huis en met alle faciliteiten die je je maar kan wensen, miste het toch iets. Na wat discussie kwamen Jenny en ik erop uit dat dat te maken heeft met de onvermijdelijke werking van het ‘Lonely Planet principe’. Lonely Planet, de reisgids die bijna overal ter wereld de richtinggevende bijbel van vele reizigers en toeristen is, maakt er breekt eet- en slaapgelegenheden, een op zich niet erg verrassende observatie. Maat dat dat tegelijkertijd gebeurt, was voor ons wel een eye-opener. Mijn Lonely Planet is ruim twee jaar oud en in die twee jaar staat het hostel waar we ons oog op hadden laten vallen als ‘aanrader’ bovenaan de lijst in de Lonely Planet. Het gevolg is dat iedereen (wij ook – waarvoor ik me nu wel een beetje schaam) het hostel in kwestie uitkiest. Gebaseerd op een oordeel van twee jaar geleden dat niet herzien zal worden zolang er geen nieuwe reisgids komt (wat vaak een jaar of vijf duurt). Dat betekent dat het hostel – totdat er een nieuwe versie komt – kan doen wat het wil zonder die geprivilegieerde positie te verliezen. Meestal betekent dat dat de prijs verdubbeld, het hostel uitbreid en de service routinematig wordt. En dat er van de unieke, persoonlijke en betaalbare sfeer die in het betreffende Lonely Planet artikeltje geroemd wordt, weinig overblijft. Tot zover het uitstapje naar een ontdekking die elke iets ervaren reiziger dan ik vast al lang ervaren heeft. Het hostel was overigens verder prima.
Behalve dat het enkele andere backpackers huisvestte die de confrontatie met het in Israël zijn voor mij en Jenny meteen even aan de oppervlakte deed komen. Na het gebruikelijke ‘wat brengt jou hier, wat kan je aanraden en wat zijn je verdere plannen’ die een soort semi-ritueel vormen in dit soort hostels, bleek al snel dat de meeste mensen Israël toch vooral zien als een goed bereisbare, lekker zonnige en historisch fascinerende reisbestemming. Wat op zich natuurlijk begrijpelijk is: veel mensen reizen niet vanwege de politieke obsessie, maar omdat ze het leuk vinden. Wat wel vreemd is, is dat diezelfde mensen nog nooit van Ramallah gehoord hadden en ook niet echt op de hoogte waren van het bestaan van de West Bank. Voor ons was het alsof we in een soort parallelle wereld terecht waren gekomen waarin Palestijnen en problemen niet bestonden.
Nazareth zelf was verder leuk, mooi, maar niet uitzonderlijk geweldig voor iedereen die niet onder de noemer ‘christelijke pelgrim’ valt. Gelukkig voor Nazareth zijn er busladingen mensen die dat wel doen en met open mond van de ene naar de andere moderne-kerk-gebouwd-op-een-of-andere-bijbelse-grot werden geleid. Wat de boel aanzienlijk verlevendigde was het bovengenoemde Eid feest waardoor de stad bruiste van het vuurwerk, de muziek, rennende kinderen met enorme ballonnen (ik weet niet of er een religieuze connectie tussen die ballonnen en dit feest is, maar ik zag geen kind onder de vijf zonder), kletsende volwassenen, en hordes pre-pubers die elkaar heel serieus feliciteerden en (even ontdoken aan de ouderlijke controle) rondflaneerden alsof ze jaren ouder waren dan ze waren. De volgende ochtend werd ons bezoek aan Nazareth helemaal prachtig afgesloten toen we steeds wanhopiger wordend op zoek waren naar een ontbijt en toen opeens een open drankwinkeltje tegenkwamen (waarom is die open om negen uur ’s ochtends?!) waarin een meneer achter de toonbank een ‘speciale’ broodrooster had waarmee hij voor ons een supertosti tevoorschijn toverde.

Die legde een goede bodem voor onze tocht naar Haifa, en gemengde Arabisch-Joodse stad. Op een of andere manier sprak de sfeer me meteen aan, de stad ademde een soort relaxtheid uit die voortkomt uit een gebrek aan erg uitgesproken toeristtraps (ze hebben er volgens mij echt maar eentje: de Baha’i Gardens, een staaltje übersymmetrie in tuinen, knap, maar wel een beetje nuffig). Het is een stad waar meer geleefd wordt dan tentoongesteld en er hing een soort hard te definiëren alternatieve buzz – de meest waanzinnige graffiti, coole cafeetjes waar je ze het minste verwacht. Er waren overal lekker vergane, maar nog wel mooie huizen met van die breekbare balkonnetjes volgeladen met kleurrijke was aan allerhande wasrekken en -lijnen. En bomen! Groen! Parken! Bloemen! Heerlijk. We hebben vooral heel veel rondgelopen, steeds half verdwalend en ons verwonderend over de rust en reinheid van een stad die toch nog een edge heeft. Ergens deed het me aan Berlijn denken: er is geen oud centrum, maar meer een verzameling wijken die ieder hun eigen sfeer en publiek hebben. Na een kwellende tocht bergop (de stad is vanaf een haven tegen de berg opgebouwd) kreeg ik bovendien de beste milshake aller tijden voorgeschoteld nadat men me had verzekerd dat ze geen milkshakes hadden, maar wel ‘vruchtensappen gemengd met melk’. Verder hebben we uren in het park gelegen met een enorm Amerikaanse sandwich (van een exemplaar kon je een week eten), hebben we een shopping mall uitgekamd op zoek naar representatieve kleding voor Jenny (wat weer een heel ander beeld opleverde, wat een met luchtverfrissers vergeven Amerikaanse ellende), hebben we heel local Chinees gehaald bij de Chinees om de hoek (goed ontbijt) en kwamen we dit keer wel leuke ‘Israëltoeristen’ tegen, waarvan we er enkele over konden halen om toch ook echt de West Bank te bezoeken.
Want op een of andere manier was het voor ons onmogelijk om niet in die stemming te komen waarin we toch ergens een beetje politiek in de gesprekken wilden brengen. Want hoe idyllisch en rustig en lekker het ook allemaal is, na een tijdje gaat het knagen. Natuurlijk is het lastig om te zeggen hoeveel van mijn ervaringen en gevoelens omtrent Israël gekleurd worden door de perceptie die ik vantevoren al had opgedaan tijdens jaren Midden-Oosten interesse en aangescherpt in een maand Ramallah. Maar het jeukt wel. Dat men in Israël schijnbaar doet alsof er niets aan de hand is, niet alleen de toeristen in Nazareth weten niets (of doen alsof ze niets weten) van Palestina. Dat is een beetje een paradox, want de kranten staan er natuurlijk vol van, de politiek gaat over weinig anders en het is heus niet zo dat Israël achterlijk is. Maar in het dagelijks leven waarvan je even een glimp denkt op te vangen, vol parken met wandelende gezinnen, vol sprankelende winkelcentra, vol toeristen die niet anders weten dan dat Israël zo toegankelijk is, is er voor het onrecht en de frustratie nog geen honderd kilometer verderop geen plek. En ook al ben ik ook niet veel meer dan een toerist en doe ik niets om de situatie te verbeteren, als je net een tijd in Palestina hebt gezeten, is dat pijnlijk. De Palestijnen willen vast ook niets liever dan de hele situatie vergeten, maar zij hebben die luxe niet. Voor hen niet het water dat nodig is om al die artificiële parken in stand te houden; voor hen alleen winkels met dubbelbelaste importartikelen; voor hen amper toeristen. En toch was ik blij om weer terug te zijn. Want ook al is het heerlijk om ongestoord in een park te kunnen liggen en vervoer te hebben dat stipt op tijd rijdt, doe mij toch maar liever de gemiddelde Arabier die je in gebroken Engels tegemoet treedt dan de Israëliërs die wij meemaakten die zelfs een Engelse tour in stoïcijns Hebreeuws aankondigen. En doe mij maar de falafelmeneer bij mij om de hoek die me laatst gratis een broodje falafel gaf omdat hij nog maar een falafeltje (normaal gaan er ongeveer vier van die gefrituurde kikkererwtenpureeballetjes in) had. Liever dan de meneer in Israël die me eerst niet minder dan een halve kilo hummus wilde verkopen en vervolgens voor elk stuk brood nog extra geld vroeg ook.

Ook de trein naar Akko de volgende dag was een aparte gewaarwording. Want in Nederland mogen studenten gratis gebruik mogen maken van het openbaar vervoer, in Israël zijn dat de soldaten. En omdat iedere Israëliër vanaf zijn achttiende twee jaar dienstplicht heeft, zijn dat er nog al wat: in onze trein zaten meer soldaten dan ‘gewone’ mensen, allemaal jonger dan ik en allemaal met een hippe zonnebril en een te fotogeniek uniform. En om een reden die ik nog niet ken, hadden bijna alle jongens een enorm geweer bij zich, maar geen van de meiden. Die geweren, en de openlijke coolheid van het leger, zijn moeilijk om aan te wennen als je een wapenvrije maatschappij als Nederland gewend bent, met een professioneel leger… Maar samen met de enkele op en neer wiegende en met een boekje zwaaiende orthodoxe jood die zelfs in de bus niet stopt met bidden, geeft het een aparte dwarsdoorsnede van Israël.
Hier moet ik natuurlijk wel even opmerken dat alles wat ik hier nou over Israël opschrijf, gebaseerd is op de drie dagen die ik er – als toerist, dus zonder echt met verschillende Israëliërs te praten, en als iemand met een zwak voor de Arabische wereld – heb doorgebracht. Dat terwijl ik maanden in Palestina zit. Niet alleen is mijn beeld onvermijdelijk subjectief, er is ook nog eens helemaal geen monobeeld. Noch voor Israël, noch voor Palestina. Ieder mens een eigen verhaal, een eigen mening, een eigen visie – verhalen, meningen en visies waar ik in geïnteresseerd ben en waarvoor ik open hoop te blijven staan. Maar hoewel het leven altijd doorgaat, zowel in Israël als in Palestina, vind ik niet dat al die levens, en de verschillen ertussen in Israël en Palestina, bezien en gewogen moeten worden als zijnde onderdeel van een conflict tussen gelijken.
Zo, dat was het weer wat betreft het opgeheven vingertje voor vandaag… Akko was super. Natuurlijk heel pittoresk, vol kronkelende steegjes, uitzicht op een azuurblauwe zee, prachtige oude stadsmuren en een knusse binnenstad met onverwachte pleintjes. En omdat het nog steeds Eid was, was de hele stad in een kermissfeer gedrenkt: blije kindermuziek die klonk alsof ze K3 op helium hadden gezet na een spoedcursus Arabisch; overal suikerspinnen en ballonnen (alweer); paardenkoetsjes vol gezinnen die tochtjes door de stad maakten (in eentje zat enkel een breed grijnzende bejaarde vrouw die de menner de hele tijd aanspoorde om harder te gaan). En het mooie is, Akko was al leuk zonder in alle kerkers en kerken te kijken die ik straks met Erik ga bezoeken, kun je nagaan!

Geplaatst door Nora Marie 2:41

Email deze blog postFacebookStumbleUponRedditDel.icio.usIloho

Inhoudsopgave

Goedkope hotels in Parijs

Lees recenties van andere leden van Travellerspoint.

Reageer als eerste.

Om reacties achter te laten op deze reisblog moet je lid zijn van Travellerspoint.

Vul hier jouw Travellerspoint login details in

( Wat is dit? )

Als je nog geen lid van Travellerspoint bent, kun je gratis lid worden.

Word lid van Travellerspoint